Mieren als huisdier

Het houden van mieren als huisdier is voor velen niet meteen vanzelfsprekend. Toch heeft deze hobby vele voordelen en interessante aspecten ten opzichte van ander hobby’s! Op deze pagina vind je algemene informatie die je nodig hebt voor het houden van mieren als huisdier. We raden je echter wel aan soort-specifieke informatie op te zoeken bovenop de algemene info die je hier kan vinden. Voor we aan onze uitleg beginnen stellen we deze belangrijke vraag: waarom zou je ermee beginnen?

Waarom mieren houden?

Mieren komen bijna overal ter wereld voor. Het is een enorm diverse groep die veel verschillende manieren heeft gevonden om zich aan te passen aan de zeer verschillende omstandigheden overal ter wereld. Waar je ook woont zal je dus wel een miersoort vinden die past bij jouw interesse! Daarenboven heb je ook zeer veel flexibiliteit in hoeveel tijd en budget je hierin wil investeren. Een setup voor mieren kan gaan van enkele euro’s naar honderden euro’s! Ook kunnen de doe-het-zelvers onder ons hun volledig uitleven in het maken van een leefwereld voor de mieren.

Door de grote diversiteit aan miersoorten kunnen we enorm veel uniek en interessant gedrag bij hen terugvinden. Dit is dan ook voor velen een geweldige reden om mieren te houden. Als huisdier kan je de mieren veel beter bestuderen dan in de tuin of in een dierenpark. Sommige unieke eigenschappen, zoals bvb de welgekende “mierenstraten” kunnen wel eens makkelijk in onze omgeving bestudeerd worden. Er gebeurt echter ook zeer veel in het nest, waar we in de natuur vaak niet makkelijk bij kunnen. In een reageerbuis of formicarium is dit echter veel makkelijker. Je kan dan ook in het nest kijken hoe werksters voedsel binnenbrengen, broed verzorgen, hoe de koningin eieren legt en nog zo veel meer!

Mieren zijn dus ideaal om bij te leren over de natuur. Naast het gedrag van de mieren zelf kun je zo ook bijleren van hun rol in de natuur. Ze zijn namelijk belangrijke opruimers van o.a. dode insecten of leven in symbiose met andere dieren. Ze zijn dus een belangrijk deel van ons ecosysteem.

Tot slot ben jij hun verzorger. Als je dit goed doet, dan kan je het plezier beleven van te starten met die ene kleine koningin of kolonie die zekere tijd later dan een kolonie die honderden tot zelfs duizenden individuen kan bevatten!

Voeding

Voor we aan wat uitleg beginnen, eerst deze belangrijke boodschap: Bij alle voeding die je aan jouw mieren geeft is het belangrijk er op te letten dat er geen schadelijke stoffen in zitten. Denk maar bvb aan pesticiden op fruit of bepaalde bewaarmiddelen in voedselwaren voor mensen of andere dieren.

Mieren hebben voornamelijk nood aan 3 dingen:

  1. Water
  2. Suiker
  3. Eiwit

Daarnaast hebben ze ook nood aan vitaminen mineralen en andere sporenelementen, maar deze zijn vaak aanwezig in hun voedselbronnen die hun van eiwit of suiker voorzien.

Het belangrijkste, wat je je mieren nooit mag ontnemen is water. Enkele dagen (tot zelfs uren!) zonder water kan desastreuse gevolgen hebben. Zorg er altijd voor dat jouw kolonie toegang heeft tot vers water. Net als voor elk ander dier in de wereld is water essentieel.

Net als mensen gebruiken ook mieren suikers als bron van energie. Enkele voorbeelden van bronnen van suikers zijn suikerwater, honing of honingdauw. Een volwassen werksters zal heel haar leven niet meer groeien. Ze heeft dus voornamelijk nood aan energie (suikers). Voor de koningin en het broed is dit echter een ander verhaal. De koningin moet nieuwe eitjes produceren en de eitjes moeten uitgroeien tot volwassen mieren. Hiervoor zijn eiwitten nodig. In de natuur vinden mieren deze eiwitten door andere insecten op te eten of in honingdauw, een voedzame vloeistof uitgescheiden door allerlei blad- en wortelluizen. In gevangenschap kan je ze deze geven (of gerelateerd voedsel, je hoeft niet exact dezelfde insecten te geven als dat ze in de natuur zouden tegenkomen bvb) of enkele alternatieven zoals vlees, ei, melk enz. Afhankelijk van de miersoort en zelfs individuele kolonies zullen mieren bepaalde voorkeuren hebben. Indien je het veilig acht mag je dus gerust experimenteren!

Benodigdheden

Een ander voordeel van het houden van mieren is dat je zeer veel vrijheid hebt in hoe je ze juist wil houden en welke materialen je wil gebruiken. Er zijn echter wel enkele basisprincipes die voor de meeste soorten van toepassing zijn, we geven hier een overzicht.

Nest

Laten we beginnen bij het begin, waar de hele kolonie zal starten en nieuwe werksters zullen ontstaan, het nest. Het nest dient als veilige ruimte voor de koningin en haar broed. Het grootste deel van de mieren zullen ook vaak in het nest zitten om voor broed te zorgen, de koningin te verzorgen, de kolonie te beschermen en te dienen als “reserve” indien er plots versterking nodig zou zijn buiten het nest.

Het nest moet voldoen aan bepaalde voorwaarden die afhangen van soort tot soort. Het moet eerst en vooral een veilige plek zijn. Dit wil voor de meeste soorten zeggen dat dit een redelijk afgesloten ruimte moet zijn waarvan de grootte is aangepast aan de kolonie. Vaak wordt dit nest in kamers opgedeeld zodat mieren verschillende kamers kunnen gebruiken voor verschillende functies. Daarenboven moet het nest ook de juiste omgeving vormen, m.a.w. de vochtigheidsgraad moet aangepast zijn aan jouw soort. Indien je voor een soort kiest zoek je dus best op hoe vochtig hun nest moet zijn. Ideaal creëer je een vochtigheidsgradient in het nest zodanig dat de mieren zelf kunnen kiezen wat hen het beste past. Tot slot is het ook belangrijk dat een nest voldoende wordt verlucht. Zo voorkom je schadelijke schimmels en parasieten. Dit wordt vaak vergemakkelijkt door een goed verluchte buitenwereld te hebben (zie verder).

In de natuur komen mierennesten voor onder de grond. Deze zijn dus volledig donker. In gevangenschap is het echter zo dat veel soorten kunnen wennen aan licht. Het is vooral een plotse verandering in licht waarvan de mieren in paniek zullen geraken. Je hoeft de meeste soorten dus vaak niet donker te houden, maar zorg er wel voor dat ze niet te veel gestoord worden door bvb kastdeuren die open en dicht gaan of lichten die aan en uit gaan. Dit effect van veranderend licht kan wat verzwakt worden met rode folie. Zo heb je een balans tussen een stabiele omgeving voor jouw mieren en zichtbaarheid binnenin het nest zonder ze te verstoren.

Praktisch: Nest

Een typisch nest voor de meeste beginnende kolonies is een proefbuis (zie afbeelding hieronder). Deze wordt opgedeeld in 2 delen: een waterreservoir (blauw) en de broedkamer voor de mieren (grijs).

Tussen het waterreservoir en de broedkamer zit een watje. Dit zorgt voor traag verdampen van vocht in de broedkamer om zo de vochtigheid voldoende te houden. Mieren kunnen ook uit het watje water drinken. Het is belangrijk dat de prop watten dik genoeg is om lekken te vermijden, maar ook niet te hard samengeduwd zodat het water erdoor kan blijven komen.

Indien je een claustrale koningin zonder werksters hebt dan moet deze in een volledig gesloten broedkamer. In een proefbuis sluit je dit af door een ander watje in de opening van de proefbuis te proppen. Andere opties zijn eventueel ook mogelijk, zorg er echter voor dat ze er niet in kan graven en dat het zuurstof doorlaat. Indien je geen gesloten broedkamer nodig hebt dient de opening natuurlijk als in- en uitgang van het nest.

Een vuistregel is dat kolonies met minder dan 50-100 werksters best in een proefbuis blijven. Dit is een stabiele omgeving die weinig onderhoud vereist van de mieren om in te overleven. Ga je naar andere soorten nesten dan kunnen de omstandigheden wel eens veranderen mettertijd. Als jouw kolonie te klein is om zich hier snel aan aan te passen dan kunnen er werksters sterven of uiteindelijk zelfs de hele kolonie. Het is dus aangeraden voor beginners om deze vuistregel te volgen en best zo lang mogelijk in proefbuizen te blijven werken.

Eens je kolonie groot genoeg is (en je al genoeg ervaring hebt) kan je naar andere nesten gaan. Ook deze nesten pas je best aan aan de grootte van de kolonie (dus niet 10x groter dan de proefbuis waar ze net uit komen). Er zijn veel verschillende soorten nesten, zo heb je nesten gemaakt uit gips, acryl, plastic, ytong of andere materialen. Indien je hier zelf mee aan de slag wil hou dan rekening met het volgende: vocht, verluchting en stevigheid. Vocht en verluchting is eerder al besproken. Zorg ervoor dat als je een vochtig nest wil dat je materialen hebt die goed vocht opnemen en terug afgeven in het nest. Let ook op, bepaalde materialen zullen sneller beschimmelen en hebben dus ofwel lagere vochtigheid nodig of betere verluchting. De stevigheid van het nest is belangrijk omdat sommige miersoorten sterk genoeg zijn om in harde materialen te graven. Zoek dus zeker genoeg informatie op voor je een nest koopt of maakt. Je kan natuurlijk ook voor een “natuurlijke setup” gaan, waarbij je een substraat (leemzand, aarde,…) gebruikt waar de mieren in kunnen graven en hun eigen gangen en kamers maken. Hier is het wel belangrijk dat je substraat gebruikt dat geschikt is qua vochtopname en stevigheid. Een gevaar hierbij is het instorten van de mieren hun gangen. Meer info vind je hieronder (op het einde van de sectie buitenwereld).

Hier zijn enkele voorbeelden van nesten:

Buitenwereld

Alles wat niet deel uitmaakt van het nest is de buitenwereld. We willen natuurlijk niet dat onze mieren vrolijk rondlopen in huis, dus moeten we ze voorzien van hun eigen kleinere versie. Een buitenwereld moet goed verlucht zijn en groot genoeg om voedsel aan te bieden aan de mieren. Daarnaast zullen ze hier ook hun afval wegwerpen die jij dan als mierenhouder moet opruimen. Sommige soorten gaan ook liever ver van het nest op ontdekkingsreis, deze soorten gaan dus wel eens makkelijker proberen ontsnappen of te weinig plaats hebben in de buitenwereld. Voorzie je hier dus ook op indien nodig. Over het algemeen zijn de meeste beginnerssoorten met een kolonie van een 50-tal werksters zeker tevreden met 10cm x 10cm oppervlak voor hun buitenwereld. Dit brengt ons naar dit laatste punt, of beter gezegd, deze twee laatste punten: ontsnappingen en verluchting.

Deze twee aspecten werken, zoals je waarschijnlijk wel al had gedacht, elkaar wat tegen. Laat je jouw buitenwereld gewoon openstaan voor goede verluchting, dan zijn je mieren weg. Anderzijds, als je een volledig gesloten buitenwereld gebruikt, dan zitten ze wel veilig binnen maar blijft de lucht daar ook hangen en krijg je snel schimmels. Gelukkig is hier een oplossing voor: uitbraakpreventie!

Er bestaan verschillende vormen uitbraakpreventie. Wij delen ze voor het gemak even op in 3 categorieën: fysieke barrières, “gladde” barrières en waterbarrières.

Fysieke barrières zijn redelijk voordehandliggend. Je gebruikt iets waar jouw mieren niet door kunnen. Met verluchting in gedachten hoeft dit niet 100% uit een hard ondoordringbaar materiaal te bestaan. Zo kan je bijvoorbeeld een deksel gebruiken met een gat in. Dat gat bedek je dan met gaas. Een prop watten zoals eerder besproken bij onze proefbuis is ook een luchtdoorlatende fysieke barrière. Let hier natuurlijk wel weer op dat je stevig materiaal gebruikt en dat er ook geen kieren zijn waar mieren tussen kunnen.

Gladde barrières zijn gebaseerd op het glad maken van oppervlakken zodat mieren er niet meer op kunnen klimmen. Vaak wordt dit aangebracht op een verticale wand of aan de onderkant van een deksel. Enkele voorbeelden van veelgebruikte middeltjes zijn talkpoeder (aangebracht als mengsel met vluchtige stof zoals ethanol), olie of fluon. Eens deze barrière is aangebracht op wanden van een buitenwereld of aan de onderkant van een deksel met opening is het afsluiten niet verder nodig en kan er dus voldoende verlucht worden. Een moeilijkheid van dit type barrières is dat hun efficiëntie afhangt van hoe goed het is aangebracht. Daarenboven is dit maar tijdelijk, na zekere tijd zal de barrière afslijten en kunnen de mieren er opnieuw overheen. Vernieuwen en goed aanbrengen is dus de boodschap!

 

Tot slot kun je natuurlijk ook jouw mieren op een “eiland” zetten of hun buitenwereld omringen door water. Hier zijn echter 2 problemen mee: eerst en vooral zijn mieren soms slimmer dan je denkt en leggen ze vuiligheid in het water om een “brug” te bouwen. Daarnaast gebeurt het ook vaak dat mieren in het water belanden en sterven. Dit is dus enkel aangeraden voor meer ervaren mierenhouders.

Praktisch: Buitenwereld

Je kan enorm veel soorten buitenwerelden maken. Dit kan gaan van een simpel snoepdoosje tot een grote setup met gangen slangen die verschillende speciaal gemaakte bakken verbindt. De enige beperkingen zijn hier jouw fantasie en budget.

Veel buitenwerelden voor mieren zijn gemaakt van acryl of glas. Deze zijn doorzichtig waardoor je goed jouw mieren kan zien. Plastic dozen of andere doe-het-zelf oplossingen zijn natuurlijk ook perfect mogelijk. Onthou gewoon: zorg voor verluchting en uitbraakpreventie.

Jouw buitenwereld kan je natuurlijk ook versieren met voorwerpen, substraat en planten. Probeer hierbij natuurlijk wel altijd veilige materialen te gebruiken. Indien je wil vermijden dat jouw mieren in substraat gaan graven hou je dit best redelijk dun en droog.

Hieronder zie je een voorbeeld van een acryl buitenwereld met gaas afsluiting

Natuurlijke setup

Zoals in het begin van deze pagina aangehaald is, zijn mieren een leuke manier om makkelijk in contact te komen met de natuur. Daarom willen sommige mierenhouders ook hun natuurlijke omgeving proberen nabootsen. Een omgeving waarbij je dit doet wordt een natuurlijke setup genoemd. Hierbij heb je vaak een substraat dat zal dienen als nest voor mieren en ondergrond voor planten. Je kan hier ook “opruimers” aan toevoegen zoals springstaartjes of pissebedden. Deze zullen afval van jouw mieren verder opruimen en voorkomen schimmels en parasieten.
Zoals eerder vermeld is het belangrijk dat je hierbij een geschikt substraat gebruikt. Het moet stevig genoeg zijn zodat jouw mieren stabiele gangen en kamers kunnen graven. Vermijd ook zo veel mogelijk het verplaatsen van dit type setup en andere bronnen van trillingen.

Dit soort setup is zeer leuk omdat je in jouw huiskamer een stukje natuur kan hebben. Het is echter wel zo dat je moet opletten dat het evenwicht in dit type setup niet wordt verbroken. Zo kunnen parasitaire mijten bijvoorbeeld geïntroduceerd worden door voedsel en massaal gaan propageren indien je niet goed oplet, met zware gevolgen voor de gezondheid van de kolonie. Bij kleinere kolonies zal je ook vaker geen of zeer weinig activiteit zien in de buitenwereld. Dit komt omdat een jonge kolonie minder risico zal nemen en slechts een klein aantal werksters zal uitsturen op zoek naar voedsel.

Een gulden middenweg voor een mierenhouder is het combineren van deze natuurlijke setup met een vast nest. Zo kan je bijvoorbeeld een voorgemaakt ytong nest of een proefbuisnest begraven onder substraat zodanig dat je nog kan binnenkijken bij jouw mieren langs een zijde bijvoorbeeld. Ook kan je de graafruimte beperken tot de rand van de buitenwereld zodanig dat de kolonie gangen en tunnels zal maken die zichtbaar blijven langs de zijkant.

Hieronder vind je nog een overzicht terug van wat allemaal werd besproken

Met de informatie op deze pagina ben je klaar om jouw eerste stappen te zetten in de wereld van het mierenhouden! Let wel, elke soort is verschillend, zoek daarom ook goed op welke vereisten jouw soort heeft om het perfecte nest en de buitenwereld te kiezen. Naast een nest en buitenwereld zijn er natuurlijk nog andere spullen die je kan gebruiken in de hobby. Aangezien al deze dingen niet essentieel zijn zullen we deze hier echter niet verder bespreken.

Heb je nog vragen of opmerkingen? Neem dan gerust contact op met ons, we helpen je graag verder!

0

Scroll naar top